6 redenen waarom het leuk is om aan de kust te wonen

Ik woon nu ondertussen bijna 5 jaar aan de kust. Alhoewel het niet altijd grote liefde is tussen de kust en ik, en de heimwee me met momenten parten speelt, zijn er toch heel wat redenen waarom het leuk wonen is aan ’t zèètje.

  • De eerste reden natuurlijk: de mensen. Mijn dochter, mijn vriend, de lieve vrienden, schoonfamilie en collega’s die ik hier leerde kennen.
  • Een binnenkoppertje: de zee zelf 🙂 De zee was vroeger het doel van een gezamenlijk familie-uitstapje met mijn mama, meme, tante, broer, nichtjes en neef. Met een frigobox met limonade in de koffer trokken we één keer per jaar naar de zee. Niet te geloven dat ik nu gewoon zelf aan die prachtige zee woon en ik bijna elke dag de zee zie! Echt op het strand gaan zitten doen we niet zo veel. Maar ’s middags maak ik tijdens mijn lunchpauze een wandeling op de dijk van Oostende. In het weekend gaan we bij mooi weer graag wandelen op de minder toeristische dijk in Bredene, nabij de Twins.
  • De fantastisch lekkere verse vis van de vismijn. Die vismijn bevindt zich niet, zoals ik als onwetende landrot dacht, rechts van het station van Oostende. Dat is de vistrap. De échte vismijn bevindt zich achter de haven, bij de Vuurtorenwijk, een wijk die naast het centrum van Oostende ligt. De vismijn is een wat verweerde plek, een beetje vuil, met een verroeste boot langs de kade en de Visscherskoppen van fotograaf Stephan Vanfleteren die je van de nok van de gebouwen aankijken. De mensen die in de viswinkeltjes werken trekken zich niets aan van marketing of een fancy winkelinrichting met onnodige prul. Zelf zijn ze ook eerder van het verweerde soort en heel erg to the point, een kenmerk die ik wel vaker terugvind bij de kustbewoners. Ooit waren we getuige van twee ‘binnenlanders’ die amok maakten wie er eerst aan de beurt was in het winkeltje. De vrouw achter de toog kon hen niet kalmeren. Toen kwam de visser binnen, met een bebloed schort waar nog een halve viskop aan hing, een filermes in zijn knoestige vuisten: ‘Moek ik me der ne kè mee bemoein?’… Laat ons stellen dat het rap gedaan was en dat die mensen snel weer buiten stonden met hun kilootje vis. Wij gaan bijna elke week naar de vismijn voor onze portie verse zalm, tong, kabeljauw of gèrnoars. Jeffry en ik eten allebei zeer graag vis en ook onze dochter smult regelmatig van haar stukje lekkere vis.
  • Aan de zee heerst altijd een soort vakantiesfeer, maar vooral in de zomer hangt er een leuke vibe. Vanuit mijn raam op het werk zie ik net een streepje zee en op maandag horen we van op ons bureautje de wedstrijden op de Hippodroom. Wanneer mijn collega’s uit Gent, Leuven, Mechelen of Hasselt me bellen, vragen ze vaak met een lichte jaloezie welk weer het is. En er zijn natuurlijk volop ijstentjes, restaurantjes, evenementen, festivals, … waar de toeristen op af komen maar waar ook de kustbewoners van profiteren. In de zomer in je pauze een half uurtje op het strand zitten of een ijsje gaan smullen? No problemo.
  • De winkels zijn hier open op zondag! Halleluja! Wanneer ik op zondag in Gent of Koolskamp ben, verwonder ik me altijd over de uitgestorven straten. In Oostende of ons klein winkelcentrumtje in Bredene zijn de meerderheid van de winkels gewoon open. Zalig!
  • Als ik naar vrienden of familie rij met de auto, zie ik altijd ellenlange files… in de tegenovergestelde richting! Wanneer de toeristen na een dag uitgeput terugkeren naar hun huis met het zand tussen hun tenen en meter per meter opschuiven, zoef ik voorbij op weg naar mijn gezellig huisje aan de kust.

 

Advertenties